parallax background image

Waar moet je rekening mee houden bij het ontwerpen van een kunststofproduct? 2/2

Gepubliceerd op 4 maart 2026 Leestijd : 7 minuten

In deel één van deze blogreeks gingen we in op drie belangrijke ontwerpregels voor spuitgietproducten: wanddikte, hoeken en lossing. Deze basisprincipes vormen het fundament voor een goed spuitgietbaar product.

In deel twee lichten we twee nieuwe, cruciale elementen toe waar je als productontwerper vroegtijdig rekening mee moet houden: ribben en ondersnijdingen. Deze onderdelen bepalen voor een groot deel hoe sterk, strak en productiegeschikt een ontwerp uiteindelijk is.

Waarom ribben essentieel zijn voor sterke kunststofdelen

Wanneer een product extra stijfheid nodig heeft, lijkt het vergroten van de wanddikte een logische keuze. Binnen het spuitgietproces werkt dit echter vaak tegen je: dikke wanden koelen ongelijk af, veroorzaken spanningen en leiden tot vervorming of zichtbare inval.

Ribben vormen daarom een veel efficiëntere oplossing. Deze smalle, strategisch geplaatste verstevigingen versterken precies waar het nodig is, zonder extra massa of dikkere wanden. Ze vergroten de stijfheid en vormvastheid, ondersteunen functionele details zoals klikverbindingen, verminderen torsie en doorbuigen, en besparen materiaal zonder in te leveren op sterkte.

Goed ontworpen ribben verbeteren dus zowel de functionaliteit als de produceerbaarheid van een product. In de volgende paragrafen bespreken we de belangrijkste ontwerpkeuzes om ribben optimaal toe te passen.

Ribdikte

De ribdikte bepaalt in sterke mate of er inval zichtbaar wordt aan de buitenkant van het product. Omdat kunststof tijdens het koelen altijd richting het dikste stukje materiaal krimpt, veroorzaakt een te dikke rib vervorming en inval of aftekening.

blog fleur 1.png               blog fleur 2.png

Daarom wordt de ribdikte altijd uitgedrukt als percentage van de wanddikte. De aanbevolen waarden verschillen per materiaal:

KunststofMinimale invalLichte inval
PC50% (40% bij hoogglans)66%
ABS40%60%
PC/ABS50%66%
Polyamide (ongevuld)30%40%

Deze percentages vormen een belangrijke richtlijn. Wanneer ribben te dik worden ontworpen, ontstaan vrijwel altijd inval of aftekening. Blijf je binnen de aanbevolen bandbreedtes, dan blijft het oppervlak strak en blijft de rib toch effectief.

Ribhoogte en riblocatie

Ribben in kunststof onderdelen zorgen voor extra stevigheid, maar hun effectiviteit hangt sterk af van de juiste vormgeving.

Een rib mag niet te hoog of te smal zijn: kunststof moet de rib goed kunnen vullen en lucht moet kunnen ontsnappen. Door de verplichte lossing (2–5°) wordt een hoge rib bovendien steeds minder effectief aan de bovenkant.

 

blog fleur 3.png

Kunststof krimpt altijd naar het dikste materiaal toe. Plaats je een rib op een dikkere wand, dan trekt die wand de rib mee en ontstaan vervormingen. Dit voorkom je door ribben op gelijkmatige wanddikten te plaatsen, of door ribben smaller te maken, op te splitsen of iets te verplaatsen zodat spanningen beter worden verdeeld.

Kort samengevat: goed ontworpen ribben verbeteren de stijfheid zonder ongewenste krimp, maar alleen wanneer hoogte, dikte en locatie in balans zijn met de spuitgietbaarheid van het onderdeel.

Spuitgietbaarheid

Een rib is pas effectief wanneer deze goed te produceren is. In de praktijk ontstaat regelmatig een probleem wanneer ribben te smal, te diep of te dicht op elkaar worden ontworpen. Smalle ribben, vooral ribben smaller dan één millimeter, kunnen vaak niet volledig gevuld worden tijdens het spuitgieten. Dit maakt de constructie zwakker of onvoorspelbaar.

Ook spelen ontluchting en slijtage van de matrijs een rol. Na verloop van tijd worden ribben steeds moeilijker te vullen wanneer er te weinig ruimte is voor lucht om te ontsnappen. Een goed ribontwerp houdt daarom rekening met zowel functionaliteit als lange-termijn produceerbaarheid.

De impact van ondersnijdingen op lossing en matrijsbouw

In veel kunststofproducten komen vormen terug die niet in de lossingsrichting liggen. Denk aan klikvergrendelingen, terugliggende vlakken, haken of uitsparingen. Dit noemen we ondersnijdingen. Ze zijn vaak functioneel noodzakelijk, maar vormen wel een uitdaging binnen het spuitgietproces. Een matrijs opent altijd in één richting en alles wat haaks ligt op die richting, blijft achter het staal haken.

Ondersnijdingen hebben direct invloed op de complexiteit van de matrijs, de cyclustijd en de kostprijs. Daarom is het belangrijk om in een vroeg stadium bewust te kiezen voor een werkbare oplossing.

blog fleur 4.png

Geforceerd ontvormen: alleen geschikt bij flexibele kunststoffen

In sommige gevallen kan een ondersnijding toch zonder extra matrijsmechaniek worden toegepast. Dit kan wanneer het product tijdens het uitwerpen voldoende mee kan buigen om langs de ondersnijding te komen. Deze methode wordt stripping of geforceerd ontvormen genoemd. Het onderdeel vervormt tijdelijk tijdens het uitwerpen en neemt daarna weer zijn oorspronkelijke vorm aan.

Deze techniek werkt alleen wanneer het product en het materiaal hiervoor geschikt zijn. Er zijn hierbij duidelijke grenzen:

  • Ondersnijdingen tot ongeveer 2% zijn mogelijk bij materialen die matig flexibel zijn, mits de wanden dun genoeg zijn om mee te buigen en de randen zijn afgerond of schuin aangebracht.
  • Ondersnijdingen moeten altijd weg liggen van stijve zones, zoals hoeken of ribben, zodat het product voldoende vervormingsruimte heeft.
  • Stripping werkt alleen wanneer de vorm geleid wordt door afgeronde of schuine voorranden, waardoor het onderdeel gemakkelijker langs het matrijsstaal glijdt tijdens het uitwerpen.

blog fleur 5.png

Bij stijvere kunststoffen, zoals polycarbonaat, PC/ABS of glasgevulde materialen, is geforceerd ontvormen in de praktijk vrijwel nooit mogelijk. Deze materialen bieden te weinig flexibiliteit en zullen eerder scheuren dan meegeven tijdens het uitwerpen.

Wanneer stripping wel toepasbaar is, kan het extra matrijsmechaniek voorkomen en blijft de cyclustijd kort. Het blijft echter een bewuste ontwerpafweging, omdat het onderdeel tijdens het uitwerpen wel extra wordt belast.

Schuivende delen in de matrijs

Wanneer een ondersnijding te groot is om te strippen of het materiaal te stijf is om mee te buigen, is extra matrijsmechaniek noodzakelijk. In dat geval wordt er gebruikgemaakt van schuivende delen. Dit zijn beweegbare elementen in de matrijs die de ondersnijding vasthouden tijdens het inspuiten, maar bij het openen van de matrijs eerst opzijschuiven zodat het onderdeel vrij kan komen.

Schuiven maken complexe ondersnijdingen produceerbaar, maar verhogen wel de kosten en complexiteit. Ze voegen bewegende onderdelen toe aan de matrijs, wat zorgt voor meer slijtage, een langere cyclustijd en een grotere behoefte aan onderhoud.

Een schuif is nodig wanneer:

  • De ondersnijding te groot is om te strippen,
  • Het materiaal te stijf is om mee te buigen,
  • De ondersnijding loodrecht op de lossingsrichting staat, of
  • Er onvoldoende ruimte is voor geforceerde vervorming.

Omdat schuiven de productie aanzienlijk duurder maken, is het verstandig vroeg in het ontwerp te onderzoeken of de functie ook zonder bewegende delen lossend kan worden uitgevoerd.

Veelgemaakte fout: klikdetails die niet lossend ontworpen zijn

Klikverbindingen, haken en andere kleine functies worden in CAD vaak ontworpen zonder goed te kijken naar de lossingsrichting. Een vorm kan er dan correct uitzien op het scherm, maar blijkt in de praktijk niet lossend te zijn wanneer de matrijs wordt gebouwd. Dit leidt tot aanpassingen, extra kosten of zelfs de noodzaak om alsnog een schuif toe te voegen. Veel van deze problemen ontstaan doordat kleine details onbedoeld achter het matrijsstaal blijven haken.

blog fleur 6.png

Typische foutbronnen zijn:

  • Klikvingers of lipjes die naar binnen wijzen zonder geleide radius of schuine aanloop
  • Haakjes of uitsparingen die haaks op de lossingsrichting staan
  • Ribben of verstevigingen die te dicht bij een uitsparing zijn geplaatst
  • Ondersnijdingen die groter zijn dan het materiaal tijdens ejectie kan vervormen

Door klikdetails vanaf het begin lossend te ontwerpen en randen te voorzien van een lichte afronding of schuine instroom, blijft het onderdeel produceerbaar zonder extra matrijsmechaniek. Dat voorkomt verrassingen tijdens de matrijsbouw én houdt de productiekosten beheersbaar.

Een goed ontwerp begint vroeg en betaalt zich later dubbel terug

Ribben en ondersnijdingen lijken misschien kleine details in een productontwerp, maar ze bepalen in hoge mate of een kunststof onderdeel sterk, vormvast en betaalbaar te produceren is. Door al in een vroeg stadium rekening te houden met wandopbouw, lossingsrichtingen en de mogelijkheden van het spuitgietproces, voorkom je verrassingen tijdens de matrijsbouw en bespaar je tijd en kosten.

Net als de ontwerpregels uit deel één vormen ook deze aanvullende richtlijnen een solide basis voor een betrouwbaar en efficiënt spuitgietproduct. Hoe beter het ontwerp aansluit op de technische realiteit van het proces, hoe soepeler het traject naar serieproductie verloopt.

Wil je zeker weten dat jouw ontwerptechnisch haalbaar is en optimaal aansluit op het spuitgietproces? Neem dan contact met ons op. Onze engineers denken graag vanaf het begin mee.

Ontvang onze nieuwsbrief

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief om up-to-date te blijven